“Ze is een lieve meid, maar wel bang om iets verkeerd te doen. Je kunt meer dan je denkt Elsemieke!” Het zijn woorden die ik bij zo’n beetje elk schoolrapport van vroeger teruglees. Vanaf de basisschool, de middelbare school tot aan het HBO: mijn leraren waren het er roerend over eens dat ik mijzelf onnodig kleinhield. Ik vertel je vandaag hoe ik deze faalangst heb overwonnen en welke lessen ik hierbij geleerd heb.

faalangst overwinnen

Het brein doorgronden

Met het puntje van mijn tong uit mijn mond blader ik door de brochure van de Universiteit van Amsterdam. Mijn oog blijft steken op de opleiding Psychologie: de studie van mijn dromen. Het is 2012 en ik heb net mijn eerste jaar HBO Journalistiek erop zitten. Mijn Propedeuse brandt in mijn zak. Dat papiertje geeft me uiteraard de mogelijkheid om door te gaan naar het tweede jaar, maar ook is er nog een ándere optie: naar de universiteit. Al van jongs af aan droom ik ervan om Psychologie te gaan studeren en daarvoor heb je meer nodig dan een diploma van de hogeschool. Nee, het gebrek aan baanzekerheid van een psycholoog was zeker niet wat me aansprak, maar de droom om het menselijk brein te leren doorgronden wel. Het lijkt mij geweldig, maar ondanks mijn enthousiasme leg ik de brochure weer weg. Wat denk ik nou eigenlijk? Dat is toch veel te lastig?! Daar heb ik de hersens niet voor. En al helemaal de motivatie niet.

Een droombaan als caissière

Al van kinds af aan heb ik last van faalangst. Dromen deed ik graag en veel, maar het lukte mij niet om ze realistisch te maken en al helemaal niet dat ze ook voor mij werkelijkheid zouden worden. Als jonge meid vond je mij dan ook vaak ergens achteraf met een boek: compleet verdiept in mijn eigen fantasiewereld waarbij ik me voorstelde dat alles wat ik wilde in het leven wél lukte. Toen waren dat vooral nog de jongens die ik zou kunnen krijgen en de vriendinnetjes die wel met mij wilden spelen: ik hield mijzelf toen al klein. Een van mijn jeugdvriendinnen die ik al 21 jaar ken herinnert mij er graag aan hoe ik vroeger reageerde als mij gevraagd werd wat ik later wilde worden ‘als ik groot was’. Zij en andere vriendinnetjes noemden altijd de gekste beroepen, maar ik zei steevast dat ik caissière wilde worden. En nee, dan niet als bijbaantje, maar echt als serieus beroep waar ik later mee zou eindigen. Heilig was ik ervan overtuigd dat er voor mij niet veel meer in zou zitten. Aan de ene kant moet ik wel lachen als die vriendin dat verhaal weer oprakelt; aan de andere kant word ik er ook verdrietig van. En die faalangst van toen veranderde eigenlijk niet toen ik ouder werd. Sterker nog: voor mijn gevoel werd het alleen maar erger. Dromen: ja, maar een poging doen tot het realiseren van die wensen: ho maar. Wat nou als er mis zou kunnen gaan?

De veilige weg

Die jeugdherinnering van mijn ambities als caissière zie ik eigenlijk als het startsein voor het begin van mijn faalangst. Dat verhaal stamt nog uit mijn basisschooltijd en leraren van die tijd bevestigden dit eigenlijk alleen maar. Op mijn schoolrapporten schreven ze dat ik vaak enorm de kat uit de boom keek, maar dat ik veel meer kon dan ik dacht. Ook op de middelbare school ging dat zo verder. In de vierde klas moest ik een keuze maken of ik mijn diploma wilde gaan halen op het HAVO- en VWO-niveau, maar dat ging vooral op basis van het advies van je leraren. Zij gaven mij allemaal een VWO (atheneum)-advies: het niveau waarmee je uiteindelijk naar de universiteit zou kunnen. Toch koos ik voor de veilige weg en bleef dus op de HAVO steken. Niets mis mee natuurlijk, maar het gaat er vooral om dat ik tot veel méér in staat was, maar dit simpelweg niet durfde uit angst dat ik het niet zou kunnen. Houd je vooral ook in het achterhoofd dat ik toen al Psychologie wilde gaan studeren. Ik zal nooit meer het gezicht van mijn mentor vergeten toen ik aankondigde dat ik zijn hogere schooladvies uit de wind sloeg. “Wat ontzettend zonde Elsemieke: ik weet zeker dat je meer aankunt.”

Piekerstoornis

“Ik ben bang. Ik ben mijn hele leven al bang. Bang voor wat er komen gaat, voor wat is geweest. Bang om niet goed genoeg te zijn. Ben ik wel klaar voor de wereld? En vooral: is de wereld wel klaar voor mij!” Het is de caption die ik vorig jaar bij een foto op mijn Instagram schreef. Het was World Mental Healthday 2020 en ik besloot eindelijk openhartig te zijn over mijn angststoornis. Want ja: die bleek ik wel te hebben. Na jarenlang worstelen met mijn angsten en vechten tegen de bierkaai zocht ik op mijn 25e eindelijk hulp. Mijn neiging om mijzelf klein te houden en de daarbij horende negatieve gedachten bleken een naam te hebben: piekerstoornis, oftewel angststoornis. Iemand met een piekerstoornis is continue bezig met wat er allemaal zou kúnnen gebeuren en ‘freezed’ als het ware door die angst. Vaak weet diegene ergens wel dat deze angsten en zorgen niet kloppen met de werkelijkheid, maar het lukt toch niet om te stoppen met piekeren. En dat zorgt weer voor die faalangst en het bijbehorende gebrek aan lef. Sinds ik weet dat de chaos in mijn hoofd een naam heeft, kan ik het stukje bij beetje loslaten. Het heeft niet zozeer te maken met een label krijgen, maar wel met de herkenbaarheid die hieruit voortvloeit. Twee jaar lang volgde ik hele intensieve therapie bij de meest fantastische therapeut die er maar is en hij hielp mij inzien dat al mijn angsten zich voornamelijk afspelen in mijn hoofd. Tot op de dag van vandaag ben ik hem dankbaar, maar ook mijzelf dat ik die stap heb durven zetten. Want op mentale gezondheid rust nog steeds een enorm taboe.

faalangst
Inmiddels heb ik mijn faalangst onder controle en durf ik wél mijn dromen na te jagen

Twee jaar aan zelfreflectie

En dat brengt mij weer naar december 2021: het moment waarop ik deze blog schrijf. Hoewel het al een hele tijd een stuk beter met mij gaat, kan ik je vertellen dat mijn verhaal opschrijven nog steeds ontzettend helend voelt. Want ja: hoewel ik inmiddels hard bezig met mijn droomcarrière opbouwen als virtual assistant, ik éindelijk de mooiste plekken ter wereld bezoek en mijzelf steeds een beetje meer vertrouw: die faalangst is nog niet weg. En dat hoeft ook niet. Misschien had je tijdens het lezen van mijn verhaal wel gehoopt dat ik je aan het einde van dit artikel wel een kant-en-klare oplossing voor faalangst zou voorschotelen. Als dat zo is moet ik je helaas teleurstellen: die is er namelijk niet. Na al die jaren therapie en zelfreflectie ben ik inderdaad een stuk minder angstig geworden, maar helemaal verdwijnen doen ze niet. Faalangst hoort bij mij; ik weet er alleen een stukje beter mee om te gaan. Wat mij uiteindelijk het meest heeft geholpen is het delen van mijn gevoelens met de mensen die om mij geven. Alles begint met het beseffen dat je er niet alleen voor staat. Weet dat de eerste stap realiseren is dat om hulp vragen oké is. Mocht je je nou in mijn verhaal herkennen en er met mij over willen praten, dan mag je me altijd een mailtje sturen of een DM op Instagram. Veel liefs voor jou!

U ook genieten van:

1 Reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.